Familiaire Hypercholesterolaemie (FH)
Diagnose
- 'zeker' FH: criterium 4
- 'vrijwel zeker' FH: criteria 1 en 2
- 'zeer waarschijnlijk' FH: criteria 1 en 3
- 'zeer waarschijnlijk' homozygoot voor FH (1:1.000.000): extreem verhoogd LDL-C (>10 mmol/L), beide ouders belast met criterium 2, 3 of 4
Diagnostische criteria
1. Lipiden-profiel
Het lipiden-profiel dient bepaald te worden onder nuchtere condities na een gewone nacht vasten. Een kopje thee of water bij het opstaan mag. Het profiel past eventueel bij FH indien:
- Totaal cholesterol (TC) èn LDL cholesterol (LDL-C) boven de 95e percentiel voor leeftijd en geslacht (zie tabel)
òf - LDL-C > 3.5 mmol/l indien een zekere diagnose FH bij één van de ouders gesteld is.
Het HDL-C is meestal normaal bij kinderen met FH (zie tabel* - dit is de 5e percentiel, de onderwaarde voor normaal). Indien er sprake is van een duidelijk verhoogd triglyceriden gehalte (> 95e percentiel, zie tabel**) kunnen de waarden van TC en LDL-C niet goed geïnterpreteerd worden. Mogelijk is het kind niet nuchter, of is er sprake van een andere aandoening.
Let op: een geheel normaal LDL-C sluit FH als diagnose niet volledig uit! Bij dubieuze uitslagen eventueel het lipiden-profiel herhalen. Secundaire dyslipidaemieën met verhoogd cholesterol (zie onder) dienen te worden uitgesloten.
| leeftijd | 5 - 9 | 10 - 14 | 15 - 19 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| geslacht | M | V | M | V | M | V | |
| totaal cholesterol | 4.91 | 5.12 | 5.25 | 5.33 | 5.10 | 5.38 | 95e percentiel |
| LDL cholesterol | 3.26 | 3.45 | 3.37 | 3.47 | 3.86 | 3.78 | 95e |
| HDL cholesterol | 1.01 | 0.85 | 0.96 | 0.91 | 0.75 | 0.85 | 5e * |
| triglyceriden | 1.14 | 1.19 | 1.41 | 1.48 | 1.67 | 1.40 | 95e ** |
2. Symptomen

De meest bekende lichamelijke symptomen zijn strekpees-xanthomen, xanthelasmata en arcus lipoïdes cornea. Deze lichamelijke symptomen zijn echter zeldzaam op de kinderleeftijd en slechts bij 5-10 % van de adolescenten aanwezig (m.u.v. homozygote FH).
3. Familie anamnese
Positieve familie anamnese voor premature (mannen <55 jaar, vrouwen <60 jaar) hart-en vaatziekten (HVZ) of één ouder met LDL-C boven de 95e percentiel voor leeftijd en geslacht.
(HVZ: angina pectoris, myocard infarct, bypass operatie, dotter procedure, herseninfarct, perifeer vaatlijden)
4. Moleculair genetisch
Aangetoonde LDL-receptor mutatie. Dit is de gouden standaard voor FH diagnostiek. LDL-receptor mutatie kan reeds bepaald zijn i.v.m opsporing FH patiënten via StOEH (stichting opsporing erfelijke hypercholesterolaemie. Indien dit nog niet het geval is, kan LDL-receptor mutatie onderzoek verricht worden door het laboratorium vasculaire geneeskunde AMC (Dr.ir. J.C.Defesche, telefoon 020-5666528, zie ook www.jojogenetics.nl). Bij een aangetoonde LDL-receptor mutatie zal de StOEH contact opnemen met de ouders voor verder familie onderzoek.
Wie screenen ?
Kinderen waarvan één van de ouders en/of grootouders bekend is met één van de criteria 2-4.
Secundaire dylipidaemieën
hypothyreoïdie, diabetes mellitus, nefrotisch syndroom, leverziekten, cholestase, steatosis hepatis, medicamenteus, metabool syndroom, andere oorzaken dyslipidaemieën
Familiaire Defective β-lipoproteinaemie (FDB)
Bij deze aandoening ligt de genetische afwijking niet in het LDL-receptor gen, maar het klinische beeld, de overige laboratoriumafwijkingen en de complicaties zijn gelijk aan die bij FH. Om deze redenen adviseren wij voor FDB gelijke diagnostiek en behandeling als voor FH.

